Blog van een ouder: ”Mag ik voor jouw zoon zorgen”

In deze blog nemen we jullie mee in het verhaal van Marieke Kraan. Haar zoon woont vanaf dag een als eerste bewoner bij Stichting Ela. Haar verhaal vertelt hoe zij het heeft ervaren om een kind bij Stichting Ela te hebben wonen en wat zij zelf voelt en ziet. En ook hoe haar zoon het ervaart. 

Voor een ouder is het een verschrikkelijke stap om te besluiten dat je niet langer zelf voor je kind kunt zorgen. Zelfs nu nog, 20 jaar later, denk ik af en toe nog wel eens: “Had ik het niet langer vol kunnen houden? Heb ik wel genoeg geprobeerd? ”  Dan heb je het besluit genomen en moet je op zoek naar een goede plek voor je kind. Dat is een pijnlijk proces.

Onze eerste ervaringen op dit gebied waren kenmerkend voor het hobbelige pad dat zou volgen. In eerste instantie vroegen we om een logeeradres voor de weekenden. Op gezette tijden een weekend zonder onze zoon zou het gezin veel lucht geven, dachten we. Daarvoor moesten we een vragenlijst van wel 30 kantjes invullen, maar ja, alles voor een goede oplossing. We gaven aan: graag opvang in het weekend, in een gezin zonder kinderen of met grotere kinderen, ruimte in en om het huis, voor minimaal een half jaar. Waar koppelde de instantie ons aan? Aan een gezin met vijf jongere kinderen, in een klein huis waardoor een van de kinderen uit zijn eigen kamer moest als onze zoon kwam logeren, de weekenden wilden ze graag met elkaar doorbrengen dus onze zoon kon van donderdag op vrijdag komen. En bij het eerste evaluatiegesprek vroegen ze al of we een andere oplossing hadden gevonden. Het bleek dat zij zich voor kortdurende crisisopvang hadden aangemeld. Een totale mismatch dus.

Zo ging het vaker. Aan de intakefunctionarissen en andere hulpverleners vertelden we, onze schaamte overwinnend, wat er allemaal niet goed ging in het gezin en hoe ingewikkeld het was.  Soms voelde dat als verraad naar mijn zoon. Terwijl hij zijn best deed zich netjes te gedragen, moest ik vertellen wat hij allemaal niet kon en niet deed. Ik haalde hem naar beneden waar hij bij zat. Maar ja, alles voor een goede oplossing. 

Ik ben niet een trainer voor het personeel!

Hoe frustrerend is het dan om te merken, dat de hulpverleners destijds geneigd waren om ons verhaal te relativeren. “Ik ken jou als een overbezorgde moeder”, zei de een tegen me. Een ander: “Ik dacht, het zal wel meevallen. Hij ziet er zo netjes uit.” Droeg dit bij aan een goede oplossing? Het antwoord is nee. Doordat de problemen onderschat werden, kreeg mijn zoon niet de juiste zorg. Dat bracht mislukkingen met zich mee, hij werd overschat, kon niet aan de verwachtingen voldoen, deed slechte ervaringen op, werd wantrouwend en agressief. Dit resulteerde in overplaatsing van de ene groep na de andere.  En elke keer als we afscheid namen van een groep zei er iemand: “We hebben veel van jullie geleerd.” Heel fijn misschien voor degenen die na ons kwamen, maar ik zocht een goede woonplek voor mijn zoon. Ik had me niet aangemeld als trainer van het personeel!

Ronduit slecht voelde ik als ik op verzoek van de orthopedagoog van de instelling loog tegen mijn zoon. Dat gebeurde een aantal keren als hij van de ene groep naar de andere ging. Hun strategie was om het zo laat mogelijk te vertellen, liefst op de dag van de verhuizing zelf. Dan “kon hij zich niet een verkeerd plaatje maken.” Dat betekende dat ik bij hoog en laag volhield dat hij niet ging verhuizen, zelfs soms een dag voor de feitelijk overplaatsing. Tja, die goede oplossing, he. 

Zo ging het door, tot de laatste stichting met de handen in het haar zat. Ze zagen geen mogelijkheid meer om hem in een groep te begeleiden. Hij woonde in zijn eentje op een verder lege gang, met de hele dag een begeleider voor hem alleen. En onder het mom van “regie over het eigen leven” mocht hij elke week kiezen uit een lijst met magnetronmaaltijden en deze in zijn eentje opeten. Rechtstreeks uit het plastic bakje. Wat een armoe.

“Mag ik voor jou zoon zorgen?” was de vraag.

Intussen was de instelling op zoek  naar een betere plek voor hem. Er was een lijst met een kleine dertig instellingen. Intussen hadden daarvan al  ruim 20 laten weten, dat zij het niet met hem zagen zitten. De nood was hoog. Bas de Greef was betrokken bij de zorg voor mijn zoon en kwam met zijn plannen voor een nieuwe stichting, specifiek voor dit soort jongens die overal uit de boot vielen. En hij stelde de vraag die ik nooit zal vergeten: “Mag ik voor jouw zoon zorgen?”  Opeens was ik niet meer een moeder die met haar zoon aan het leuren was, maar iemand die een keuze had.  “Mag ik voor jouw zoon zorgen?” Mijn zoon was de moeite waard, niet meer een lastig te plaatsen jongen. Wat een wereld van verschil was dit. 

Ook de verhuizing verliep anders. Niet voorkomen dat hij een verkeerd plaatje maakte, maar hem helpen het goede plaatje te maken. Een paar weken van tevoren op de locatie gaan kijken. Foto’s maken van het terrein, het gebouw en zijn toekomstige kamer. De foto’s voor hem in een mapje doen en ze samen met hem bekijken. Samen inpakken, hem vertellen hoe de verhuisdag eruit zou zien en wie er op hem zouden wachten. Een heel andere oplossing. 

Intussen woont hij nu zes jaar bij Stichting Ela. Heel langzaamaan is hij aan het terugkrabbelen van al zijn negatieve ervaringen. Zijn wantrouwen tegenover begeleiders en hun afspraken, is nog niet helemaal verdwenen. Maar hij verandert wel. In het verleden probeerde hij bewust begeleiders fysiek pijn te doen, als de situatie te onduidelijk en daardoor te bedreigend werd. Bij Ela veranderde dat na enige tijd in het beschadigen van hun auto’s. Op een keer zei hij: “Ik wil niemand pijn doen of spullen kapot maken,  als ik boos ben.” Hij besloot om dan maar weg te gaan van het terrein. Hij kan dan uren wegblijven, dat maakt mij wel eens bezorgd.  Maar wat een geweldige stap is dit voor hem.

 

Ontroerend is het om te horen dat hij over de Kattewaard praat als “thuis”. Hiervoor had hij altijd over “de groep”. 

 

En wat veranderde er voor mij als ouder sinds mijn zoon bij Stichting Ela woont?  Allereerst is de kwaliteit van de zorg niet meer afhankelijk van mijn bemoeienis. In het verleden moesten we als ouders er bovenop zitten om te zorgen dat de afspraken nagekomen werden. Nu vind ik het ontroerend om te zien hoeveel moeite medewerkers doen om te ontdekken hoe mijn zoon denkt, wat lastig  is voor hem , waar hij zich prettig bij voelt en wat er nodig is om hem een veilig gevoel te geven. Daar hebben ze mij niet voor nodig, dat doen ze uit zichzelf. Op andere plekken leek het vooral dat hij moest leren zich aan te passen. Hier is het bijna omgekeerd: hier denken medewerkers na over hoe zij zich kunnen gedragen, zodat hij zich veilig voelt. 

Daarnaast heeft stichting Ela de zorg echt volledig overgenomen. Geen vragen meer of hij toch niet thuis kan komen slapen met de feestdagen omdat de groep dan dicht wilde. Terwijl hij al jaren niet meer dan een paar uurtjes thuis kon zijn. Nee, Ela maakt het op de groep gezellig met de feestdagen en als ik wil, mag ik aanschuiven.
Geen magnetronmaaltijden meer, maar vers klaargemaakt eten. Bij voorkeur aan tafel met anderen samen en van een bord, niet uit een plastic bakje.
Blij ben ik met de eenduidige aanpak. Medewerkers overleggen met elkaar, weten wat de afspraken zijn en handelen daarnaar. 

 

Geen goedbedoelde, maar slecht uitpakkende  individuele acties meer, omdat “ Ik wel goed met hem overweg kan.” 

 

Fijn is het om als ouder serieus genomen te worden. De gesprekken over het zorgplan zijn  een gezamenlijke zoektocht naar wat mijn zoon beweegt, wat hij prettig vindt en wat hem op een negatieve manier triggert. Geen begeleiding meer die veel van mij leert, maar ik leer van hen.

Kortom, ik ben blij met stichting Ela als woonplek voor mijn zoon. Voor hem ben ik blij, omdat hij zichzelf mag zijn. Voor mezelf ben ik blij, omdat ik de zorg met een gerust hart kan overlaten. En dat ik niets meer hoef te doen wat tegen mijn eigen gevoel ingaat, “voor een goede oplossing”. Want de oplossing is er al.  

Marieke Kraan

Deel dit bericht

Share on twitter
Share on facebook
Share on linkedin
Share on email

Reageer op dit artikel

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Eén reactie

Susan

Dit verhaal is voor ons zo herkenbaar. jarenlang grote zorgen om je kind. Vaak ’s nachts onderweg om hem weer rustig te maken en hem als een baby in je armen te laten uithuilen, omdat er weer zoveel nare gebeurtenissen waren. Nachten lang liggen waken , wanneer komt het telefoontje dat hij levenloos gevonden is. En nu een gezellige, vrolijke jongen die al bijna 2 jaar geen isoleercel meer heeft gezien en waar er op het terrein ook niet eens een is!! Stichting Ela doet veel meer dan alleen een thuis bieden , ze zorgen er voor dat onze jongens weer gelukkig zijn en op hun niveau mogen leven!